
Ooit, zo’n kleine 40 jaar geleden, reisden wij als backpackers een half jaar door 8 Afrikaanse landen. Duizenden kilometers hotseknotste we op volgepakte vrachtwagens door tropisch oerwoud en over schroeiende savannen. De goede voorbereiding kon niet voorkomen dat we dagelijks moesten improviseren door gebrek aan van alles. Dit werd gecompenseerd door de gastvrijheid van telkens een andere bevolking en cultuur. De landen die we doorkruisten hadden gemeenschappelijk dat ze ooit Britse, Belgische, Duitse of Franse kolonie waren; lange tijd was heel Afrika in handen van Europese landen! We troffen ze aan in een mix van opbouw en verval waarbij de afhankelijkheid van het westen nog enorm was. Reizend in deze landen ging het ons voorstellingsvermogen te boven dat ‘we’ het daar ooit voor het zeggen hadden. Nog onthutsender is dat ‘we’ een paar honderd jaar eerder 10 tot 12 miljoen Afrikanen (mensen!) opgekocht hebben en naar het Amerikaanse continent hebben getransporteerd. Wie de reis overleefde werd verkocht aan de hoogste bieder om als slaaf te worden ingezet op onder andere ‘onze’ plantages. Slavenhandel was het verdienmodel van onze West Indische Compagnie; black lives didn’t matter at all!
Door het reizen zijn wij gaan beseffen dat onze Nederlandse rijkdom en cultuur in belangrijke mate is gerealiseerd over de rug van anderen. Het lef, de zeemanskunst en handelsgeest van onze voorouders spreken nog altijd tot de verbeelding maar we zijn vergeten dat onze verre handelsposten veelal met geweld werden gesticht of veroverd en in stand gehouden. De daaruit later voortgekomen koloniën waren pure wingewesten van het piepkleine maar schatrijke Nederland. Nog maar ruim zeventig jaar geleden, net zelf bevrijd van het Duitse juk, trokken we ten strijde tegen de Indonesische bevolking om ze aan ons te blijven onderwerpen; een land 46 x zo groot als het onze! Wie onze ontwikkelingshulp van nu onder de loep neemt ziet dat deze uitgaat van inschakeling van Nederlandse bedrijven; we moeten er iets aan verdienen. Tot zover in een notendop iets over de schaduwzijde van onze welvaart en identiteit.
Helaas ontbreekt in onze samenleving de nodige zelfreflectie om de huidige aandacht voor discriminatie te omarmen en een helend vervolg te geven. Eeuwen lang waren we overtuigd van de superioriteit van het blanke ras, we zien niet onder ogen wat daarvan in ons resteert. We realiseren niet dat we onze collectieve identiteit deels ontlenen aan niets ontziende zeehelden, slavenhandel, koloniën en de rijkdom die het ons gebracht heeft. Dit gebrek aan gezamenlijke zelfreflectie zorgt er voor dat wij, eenieder die ons aan de pijn van onze suprematie herinnert, opnieuw meedogenloos afwijzen. De bereidheid tot het werkelijk luisteren naar andermans pijn is minimaal; Zwarte Piet is van ‘ons’ ! Aandacht voor discriminatie roept bij velen direct gevoelens van bedreiging op.
Welke diepe angst wortelt in ons om erkenning te geven aan iets waar miljoenen onder geleden hebben en anno 2020 nog lijden? Zijn we bang onze superioriteit te verliezen, bang om door de ander zelf verdoemd te worden als we ons kwetsbaar opstellen of kunnen we gewoonweg niet leven met het gegeven tot pijnlijke dingen in staat te zijn? Relevante vragen om bij stil te staan om de angel uit de in onze genen genestelde discriminatie te kunnen trekken. Als we onze angst voor gelijkheid niet erkennen zullen we belast blijven met onze historie vol suprematie.
Nog vele jaren kunnen wij verzwijgen, filosoferen en spreken over discriminatie maar het zijn slechts pogingen van ons collectieve ego om te ontsnappen aan diepe angst. Helaas verdiept het slechts de pijn bij de ander die er dagelijks mee te maken heeft. Door oprecht als land excuses aan te bieden voor wat destijds is gebeurd, en nog altijd in onze samenleving voortwoekert, zeggen we de ander: “ik erken ten volle jouw pijn” en “help me los te komen van mijn angst”. Het zou ons tot elkaars gelijken maken. Dergelijke excuses vanuit het hart kunnen zonder enig risico worden uitgesproken; onze gelijken zullen er geen misbruik van maken.
Een politiek excuus is onontbeerlijk om ruimte te scheppen voor ontmoeting en alle Nederlanders aan te zetten hun houding en gedrag jegens ‘wie anders is’ aan te passen. Pas dan kan er een einde komen aan ongelijkheid. Laten we echter het ontbreken van een dergelijk excuus niet misbruiken. Uiteindelijk is ieder ander zien en behandelen als je gelijke een persoonlijke uitdaging. Een klein zelfonderzoek: ga voor jezelf eens na hoe makkelijk of moeilijk excuses aanbieden voor jou is? Ook in het geval de ander aan geeft dat jij aanleiding gaf tot pijn of verdriet terwijl jij je daar niet bewust van was. Of als jij een heel andere kijk op de situatie hebt en er al de nodige verwijten op je zijn afgevuurd? Misschien herken je dat je je eigen pijn belangrijker maakt dan de pijn van de ander? En dan zijn we terug bij af: bij ongelijkheid.
Oefening: Als je merkt vast te zijn gelopen in je verhouding tot een ander wordt dan een tijdje stil, laat je gekwetstheid en piekeren over een oplossing los en adem naar je hart. Ervaar je eigen verdriet, pijn of angst bij de ontstane situatie. Wellicht kun je na een tijdje daarachter het verlangen ontdekken als gelijke naast die ander te staan? Laat vervolgens de gedachte toe om excuses aan te bieden, oprecht en zonder mitsen en maren. Wellicht ervaar je dat het bevrijdend voor je is? Oprechte excuses hebben immers een ont-schuldigend effect!
Overweeg eens als je van iemand excuses verlangt om ze zelf aan te bieden, achter die hobbel ligt immers de gewenste ruimte voor jullie beiden! Iemand moet de angel er uit trekken en jullie bevrijden van een last. Hierin verantwoordelijkheid nemen maakt je tot medeschepper van een wereld gebaseerd op gelijkheid; ons aller diepste verlangen.
Een fijne zomervakantie en blijf gezond!
Jolanda en Ad Vermeer
Aardewijs